Op zoek naar Beer
Hannah Gold, Levi Pinfold
9+.-.De laatste beer, het debuut van de Britse schrijfster Hannah Gold, leek een schot in de roos. De sprookjesachtige vriendschap tussen Beer en April wist vele lezers te ontroeren en het boek werd meteen een internationale bestseller. In 2022 werd het zowel bekroond met de Blue Peter Book Awards als de Waterstones Children’s Book Prize. Golds Lezers vroegen al snel om een vervolgverhaal, waarin Beer en April weer bij elkaar zouden komen en vanuit die vraag ontstond Op zoek naar Beer.
We treffen April en haar vader aan zeventien maanden na hun terugkeer van Bereneiland. Vader en dochter zitten duidelijk op een verschillende golflengte. Papa lijkt zich na lange tijd weer gelukkig te voelen. Hij heeft werk gevonden op de plaatselijke universiteit en geniet van zijn prille relatie met Maria, Aprils schoolhoofd. De overbezorgdheid over Aprils welzijn, sinds ze bijna verdronk in de Barentszzee, blijft wel aan hem knagen. April daarentegen voelt zich helemaal niet thuis op school. Haar klasgenoten lijken niks te begrijpen van haar droom om de wereld te redden en het lukt haar niet om nieuwe vrienden te maken. De relatie tussen papa en Maria maakt haar jaloers. Ze blijft Beer heel erg missen, maar papa lijkt niet te begrijpen hoeveel Beer werkelijk voor haar betekent. Het wil haar maar niet lukken om de draad van haar leven hier terug op te pakken. ‘Het was een verwarrend idee, alsof papa’s leven dapper was voortgeschreden, terwijl haar voeten nog klem zaten ergens in de stevige, dikke ijslaag van de Noordpool.’
Op een avond mailt haar vriend Tör vanuit Spitsbergen dat er een ijsbeer neergeschoten is in Longyearbyen, waarvan hij vermoedt dat het Beer is. April is ervan overtuigd dat het dier haar hulp nodig heeft en weet haar papa te overhalen om naar Spitsbergen te reizen. Eenmaal in Longyearbyen, trekken April, papa en Tör samen met de stuurse spoorvolger Hedda op de hondenslee dwars door de toendra naar de Oostkust van Spitsbergen, Sabineland, om Beer te zoeken.
Gold, die om onderzoek te doen rond dit boek naar Spitsbergen afreisde, weet de sfeer van deze barre tocht door de witte wildernis knap te beschrijven. Je kan je zo voorstellen dat je als lezer zelf op die hondenslee zit. ‘Het was heel anders dan thuis, waar het landschap zo af en toe werd onderbroken door een boom, een heg of een rij huizen. Hier was alles kaal en stil en levenloos. Zelfs met alle sneeuw overal was het duidelijk dat er nergens planten, bomen of andere opvallende gewassen groeiden.’ En de zwart-witte illustraties van Levi Pinfold, het lijken haast foto’s van de weidse, desolate landschappen, prikkelen het inlevingsmogen nog meer.
Doorheen heel het boek schemert Golds grote bezorgdheid omtrent de klimaatveranderingen en laat ze de lezer duidelijk voelen dat het vijf voor twaalf is, tijd voor actie. Zo lezen we bijvoorbeeld hoe het leefgebied van de ijsberen beschadigd wordt door de klimaatverandering, waardoor ze zich steeds dichter bij de mensen moeten wagen om voedsel te zoeken. Hoe er elke herfst meer regen valt op Spitsbergen, waardoor er aardverschuivingen zijn in Longyearbyen. Hoe gletsjers in sneltempo wegsmelten.
Wanneer April in een poolstorm geïsoleerd raakt van de anderen, vindt ze Beer. Dit is duidelijk het hoogtepunt van het verhaal en Gold neemt dan ook de ruimte om deze hereniging gedetailleerd, haast filmisch, uit te werken. Stapje voor stapje laat ze April en Beer naar elkaar toe gaan. Aprils eerste gevoelens beschrijft Gold op haar typerende, melodramatische manier:‘Het gevoel was zo krachtig, zo helder, zo puur dat April iets voelde verschuiven in diepste kamers van haar ziel. Iets wat in een miljoen stukjes versplinterd was, zat nu opeens weer aan elkaar genaaid.’ Maar naarmate ze dichterbij komt, ziet April toch ook een stukje van de realiteit onder ogen. ‘Er zat één meter ruimte tussen hen, maar ook zeventien maanden tijd. Er was een hoop gebeurd. Zij was niet meer dezelfde April. En nu ze zo naar Beer staarde, besefte ze ook dat hij niet meer dezelfde Beer was.’ Wanneer Beer eindelijk zijn kin op Aprils schouder kan leggen, voel je de dramatiek dan weer aanzwellen. ‘In één klap was alle tijd die ze zonder elkaar hadden doorgebracht niet meer van belang; die vouwde zich op tot een steeds kleiner vierkantje en ging op in het niets.’
Op zijn rug voert Beer haar mee naar een blauwe gletsjer met een ijshol, waarin ze een overleden, verhongerd ijsbeervrouwtje met een welp aantreft. Meteen is het April duidelijk dat Beer haar hulp wil om zijn kleintje te redden. Ze beslist om met Beer en het welpje, dat ze Pinda noemt, naar Nieuw-Friesland in het uiterste noorden te trekken. Daar kampeert immers een team van onderzoekers om de kraamholen van de ijsbeervrouwtjes te observeren en April hoopt er voor Pinda een nieuwe moeder te vinden. Wat volgt is het relaas van die gevaarlijke tocht naar Nieuw-Friesland, opnieuw vol wondermooie beschrijvingen van het landschap. Maar inhoudelijk voelt het verhaal hier té veel aan als een loutere herhaling van de gebeurtenissen uit De laatste beer, als meer van hetzelfde.
Op het einde vloeien alle gebeurtenissen net iets te mooi in elkaar. April slaagt in haar missie en Pinda wordt vrijwel meteen geaccepteerd door een nieuwe ijsbeervrouwtje. Hedda, Tör, papa en zelfs Maria maken hun opwachting in het kamp van de onderzoekers. De spannende tocht heeft een louterend effect gehad want papa en April lijken elkaars gevoelens nu te begrijpen en April is zelfs in staat om Maria te zien als een nieuwe moeder. En Gold gaat zelfs nog een stapje verder. Papa beslist impulsief om met Maria en April op Spitsbergen te blijven wonen en daar een nieuw leven op te bouwen. Een melodramatisch, suikerzoet einde, dat je met een onvoldaan gevoel achterlaat.

(Een geredigeerde versie van mijn artikel verscheen op Mappalibri.be)
