Beer en het fluisteren van de wind
Marianne Dubuc
5+.-.De Canadese schrijfster en illustratrice Marianne Dubuc is zeker niet aan haar proefstuk toe in het Nederlandse taalgebied. Voor de allerkleinsten verschenen ondermeer de kartonboekjes Ik zie ik zie (2010), Het grote beestenverkleedfeest (2011) en Een boot voor de dieren (2016). Voor oudere kleuters kunnen we onder andere het populaire De leeuw en het vogeltje (2014), Hoera, er is post! (2015), Boven op de berg (2019) en Met de bus (2019) terugvinden. Opvallend is dat haar verhalen zich steeds in het dierenrijk afspelen.
Eigenlijk heeft Beer alles om gelukkig te zijn. Hij heeft een fijn, knus huis en goede vrienden, met wie hij er zalige dagen doorbrengt. Maar op een dag wordt Beer onrustig. Er knaagt iets aan hem en hij voelt dat hij op pad moet gaan. Beer pakt zijn meest dierbare spullen bij elkaar en loopt zomaar zijn neus achterna. Soms weegt de eenzaamheid zwaar tijdens zijn tocht, op andere momenten geniet hij met volle teugen van zijn vrijheid. Na een poos komt hij aan bij het huis van Konijn. De twee worden vrienden en Beer voelt zich écht thuis bij Konijn. Toch jaagt zijn innerlijke onrust hem weer verder. Onderweg slaat de onzekerheid in alle hevigheid toe. Waarom is hij niet bij Konijn gebleven? En zou hij niet beter terugkeren naar zijn eigen huis? Tot overmaat van ramp blijkt Beer verdwaald te zijn en tegelijkertijd komt hij in een hevige onweersbui terecht. Als de lucht weer opgeklaard is, ontmoet hij Muis, die hem meetroont naar een uitnodigend dal. Intuïtief voelt Beer dat het nu helemaal goed zit. Hier gaat hij wonen.
Dit boek raakt. De zoektocht naar het ware geluk, hoe moeilijk dit ook te omschrijven valt, houdt ons immers allemaal een leven lang bezig. Het is vertederend om te lezen hoe zorgvuldig Beer wikt en weegt tijdens zijn zoekproces. Hij beseft heel goed dat hij in zijn leventje al heel wat gelukkige momenten gehad heeft en hij koestert die ook. Zo zal zijn huis voor altijd een speciaal plekje in zijn hart hebben. ‘Hij laat de deur op een kier staan. Misschien wil er wel iemand in zijn huis gaan wonen.’ De spullen die de mooiste herinneringen oproepen, draagt hij letterlijk met zich mee. En wanneer hij bij Konijn vertrekt, neemt hij een theekopje mee als herinnering. Ergens doet het hem pijn om zijn oude leven achter zich te laten. ‘Het is droevig iets kwijt te raken waar je veel van houdt.’ Ondertussen blijft de twijfel om op zijn passen terug te keren op de achtergrond duidelijk voelbaar. Jammer genoeg weet Dubuc deze mooie, genuanceerde verhaallijn niet vol te houden tot aan het eind. Vanaf Beers aankomst in het dal worden vooral zijn nieuwe ervaringen in de kijker gezet. Twijfels lijken als bij toverslag verdwenen ‘en het geritsel van de bladeren is er ánders’. Anders en beter? Beers beslissing om hier te gaan wonen lijkt té plots en bovendien bijzonder lichtzinnig genomen, alsof Dubuc zich wilde haasten om aan het einde van het verhaal Beers ware geluk toch nog definitief te kunnen aanwijzen. Je blijft als lezer een beetje ontredderd achter.
Dubuc leidt ons door bossen en langs idyllische riviertjes, een weids meer en open velden, allemaal in tere pasteltinten. Haar dromerige landschappen nodigen uit om rustig de tijd te nemen, tot jezelf te komen en te mijmeren. Om dit boek ten volle op je te laten inwerken.
Ontroerende details laten dit verhaal nog intenser binnenkomen. Zo wordt Beers drang om op zoek te gaan naar zijn ware geluk mooi zichtbaar in één dwarrelend blaadje dat op elk blad speels voor hem uit buitelt of bij hem in de buurt ligt. Maar vanaf het moment dat hij met Muis het dal verkent, is het blaadje plots verdwenen. Wie goed kijkt zal ook zien dat hij Konijn zijn schaakbord gegeven heeft bij hun afscheid. Op datzelfde bord zien we hem in het begin van het verhaal spelen met zijn vriend Eekhoorn. Het symboliseert een prachtig sprankeltje geluk uit zijn verleden. Konijn is zo belangrijk voor Beer geworden dat hij dat essentieel stukje van zichzelf bij zijn nieuwe vriend wil achterlaten.
Het meest ontroerende beeld vind ik de dubbelbladige prent waar Beer voor een ladder staat, die buiten het blad verder naar boven loopt. Uit voorgaande prenten weten we dat die ladder in feite tegen Konijns huis staat. Met zijn neus in de lucht staat hij te kijken naar het tollende blaadje dat hem opnieuw het aangrenzende bos in wil lokken. Zijn enorme rode short en de gekleurde knikker in zijn poot, één van de knikkers waar vrienden ooit in zijn huis mee speelden, geven hem iets kwetsbaar. Emoties weergeven is niet altijd Dubucs sterkste kant, maar in deze illustratie weet ze met een paar lijntjes verbluffend veel emoties in de blik van Beer te leggen. Heimwee, een tikkeltje verdriet, nieuwsgierigheid en besluiteloosheid, hij lijkt het allemaal tegelijk te voelen. Zo graag zou je voor hem even een blik in de toekomst kunnen werpen.
(Een geredigeerde versie van mijn recensie verscheen op Mappalibri.be)

