We moeten je iets vertellen

We moeten je iets vertellen

Marlies Slegers, Jeska Verstegen

10+.-.In Briefjes voor Pelle toonde Marlies Slegers al hoe ze de wirwar van emoties die in jongeren leeft in de juiste woorden weet te vangen. We moeten je iets vertellen geeft een intieme inkijk in de complexe gevoelswereld van de dertienjarige Hazel, die behoorlijk wat op haar bordje krijgt.

Tegen haar zin wordt Hazel naar oma, de moeder van papa die vorig jaar weduwe werd, gestuurd op het eiland. De lezer voelt haar innerlijke boosheid. Ze vreest immers voor een saaie zomer en is vooral boos op papa. Ze besluit de zomer dan maar te gebruiken om een plan uit te dokteren dat haar ouders kost wat kost samen houdt. Maar op de veerboot naar het eiland wordt meteen duidelijk dat deze vakantie heel anders zal uitpakken. Hazel ontmoet er de vijtienjarige Kean die zijn iets jongere neef Raaf vergezelt. Raaf heeft autisme, maar voor Kean maakt dit niets uit. “Hij is gewoon net wat anders. Of eigenlijk: hij is vooral zichzelf.” Een eerste vonk tussen Kean en Hazel springt onmiddellijk over. Op het eiland treft Hazel een verwarde oma aan in een verwaarloosd huis en tot Hazels verbazing heeft ze de oude, blinde hond Vincent onder haar hoede genomen. De oplettende lezer begrijpt meteen dat hier sprake is van een beginnend dementieproces.

Het wordt een broeierig warme zomer waarin zowel Hazel als Kean steeds meer durven toegeven aan hun gevoelens voor elkaar en oma tegelijkertijd steeds verder wegglijdt. Slegers zet hier wondermooi uitgewerkte personages neer. Zo is Kean een zachte, dromerige jongen, die van filosofie en poëzie houdt. Hij gaat niet af op een eerste uiterlijke indruk. Voortdurend lezen we hoe hij Raaf liefdevol en geduldig corrigeert. “Tegen meisjes mag je nooit zeggen dat een ander meisje mooier is of zo.” Hij geeft Hazel het mooiste compliment dat ze kan krijgen: “En dat van die hazenlip… Jij bent echt niet minder mooi daardoor. Het geeft jouw gezicht iets… eigens.” Oma’s dementie treedt steeds duidelijker op de voorgrond, maar Slegers weeft hier op een ontroerende manier vleugjes van haar levenswijsheid doorheen. Zo troost oma Hazel na het blauwtje dat ze opliep: “Met de juiste persoon, die het beste met je voorheeft, is zoenen heel erg fijn.” Op een ander moment maakt ze de snedige opmerking: “Je bent wat dat betreft echt te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken.” In het bijzondere gezelschap van oma, de hond Vincent, Kean en Raaf gaat Hazel steeds beter beseffen hoe belangrijk het is dat elk individu zichzelf kan en mag zijn, met zijn unieke kwaliteiten en gebreken. De grote uitdaging is verder durven kijken dan de rigide normen die onze maatschappij oplegt.

Tegen deze achtergrond vindt Hazel een stapel ongeopende brieven in het Frans die aan haar vader gericht zijn. Gaandeweg ontdekt ze dat deze van papa’s eerste grote liefde, een jongen, afkomstig zijn. Uit afkeuring hield opa ze destijds achter. Mama, ondertussen op de hoogte van papa’s geheim, vraagt Hazel aan de telefoon de brieven aan papa te bezorgen. Daarmee leert ze haar dochter, ondanks haar eigen verdriet, een prachtige maar aartsmoeilijke les over de liefde: “Soms is iets of iemand loslaten het liefste wat je kunt doen.” Een gedachte die Slegers ook bijzonder mooi tot zijn recht laat komen in de ontroerende scene waar Hazel aan Vincents zijde staat terwijl de dierenarts hem laat inslapen.

Nadat papa de brieven gelezen heeft, bekent hij aan Hazel dat hij altijd gay geweest is. Hij durfde hier pas aan toegeven, en het ook aan mama vertellen, nadat opa hem op zijn sterfbed leek te accepteren zoals hij was. Voor Hazel voelt deze bekentenis aan als een ontbrekend puzzelstukje in haar leerproces over jezelf mogen en durven zijn. Langzaamaan verdwijnt de boosheid op haar vader en wordt ze ook minder onzeker.

Aan het einde van het boek maakt het verhaal een behoorlijke sprong in de tijd. Je krijgt als lezer een inkijk in Hazels leven één jaar na haar vakantie op het eiland. Oma heeft ondertussen een paar maanden in een verzorgingstehuis gewoond en is er overleden. Hazels ouders zijn effectief gescheiden en het lijkt een voorbeeldige scheiding, zoals we er maar weinig zien. De samenhorigheid van het gezin blijft prioritair voor beide ouders. Hazel beschrijft bijvoorbeeld hoe ze alle verjaardagen samen vieren en één keer per maand samen eten. En mama lijkt de nieuwe situatie nu volledig geaccepteerd te hebben. Ze geniet met volle teugen en maakt grote reizen. Het is  allemaal wat kunstmatig. En ook papa’s relatie met zijn Franse jeugdliefde Dominique voelt ongeloofwaardig aan. In een handomdraai spoort papa hem op in Frankrijk. En alsof het niets is pikken ze de draad van hun relatie, die jaren geleden zo ruw stop gezet werd, weer op en verhuist Dominique naar Nederland. Het lijkt alsof Slegers de verhaallijnen krampachtig wil samenbrengen in een té gepolijst, rooskleurig einde. Jammer, na zo een genuanceerde, gelaagde verhaalopbouw.

(Een geredigeerde versie van mijn recensie verscheen op Mappalibri.be)

Marlies Slegers, Jeska Verstegen: We moeten je iets vertellen, Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 2023, 232 p. : ill. ISBN 9789021031798. Distributie VBK België

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn venster op de wereld

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder