De opkomst en ondergang van Koning Juniper de Eerste
Henry Lloyd, Mark Janssen
10+.-.In Juniper, de zingende eenhoorn gaf Henry Lloyd Juniper, de eigengereide, sprekende eenhoorn uit zijn sprookjesachtige trilogie over het mysterieuze Doolwoud, een eigen avontuur. Hij leert er de belangrijke les dat de mensenwereld vaak gebaseerd is op schone schijn en dat zijn eerlijkheid daar maar zelden gewaardeerd wordt.
Juniper speelt opnieuw een hoofdrol in De opkomst en ondergang van Koning Juniper de Eerste. Op een dag waait er een contactadvertentie op een blad van wilde rabarber bruusk in het gezicht van de eenhoorn. Even denkt hij zelfs dat hij blind is. ‘Eenhoornvrouw zoekt stoere eenhoornman om samen avonturen mee te beleven. Mag een vurig karakter hebben. Graag in bezit van eigen bos.’ Juniper is onmiddellijk enthousiast en vraagt de tweehoofdige dwerg Mono hem te helpen een brief terug te schrijven, met enkele leugentjes om bestwil: ‘Zéér vurig karakter. En met een groot bos dat helemaal van hem is, namelijk het Doolwoud.’ Nadat hij een aantal dagen vol spanning heeft afgewacht, komt de grijsblauwe eenhoornvrouw, Lenoor, eindelijk naar hem toe. Juniper is meteen smoorverliefd, totaal overrompeld door haar schoonheid. Hij lijkt niet te merken dat Lenoor zich vanaf het eerste moment erg kil gedraagt en enkel geïnteresseerd is in Junipers macht. En zo jongleert Lloyd hier fijntjes te met de letterlijke en figuurlijke betekenis van blind zijn.
Juniper wil nu koste wat kost koning worden van het Doolwoud. Hij doet aan verschillende groepen dieren onhoudbare beloftes, zodat ze toch maar op hem zouden stemmen. Zo belooft hij bijvoorbeeld aan de edelherten dat hij als koning de wolven voor de keuze zal stellen:ofwel laten ze de herten vanaf nu met rust en eten enkel nog wortels, ofwel vertrekken ze. Tegelijkertijd verzekert hij de wolven ervan dat hij voor meer herten in het Doolwoud zal zorgen wanneer hij eenmaal koning is. Opnieuw valt op hoe Lloyd de gang van zaken in onze maatschappij op een speelse manier in vraag stelt. Junipers koortsachtige pogingen om de bosbewoners te overtuigen doen op dit moment immers elke lezer nadenken over de vele loze verkiezingsbeloftes.
Ook nadat Juniper tot koning is gekroond, komt er weinig liefde van Lenoors kant. Ze wil hem niet eens kussen. Nu ze koningin is, grijpt ze hardhandig de macht en het is eigenlijk eerder een dictatuur die zich voor de ogen van de lezer laat ontrolt. Eerst omringt ze zich met een aantal handlangers die haar, in ruil voor een aantal gunsten, trouw bijstaan. Zo zijn er de bevers die hard werken aan een koninklijk paleis dicht bij het meer. Daanaast maakt ze van de wolven hun persoonlijk leger, altijd paraat om elke vorm van ongehoorzaamheid omiddellijk de kop in te drukken. Ook stelt Lenoor een hele hofhouding aan. Ondertussen voel je de sociale onrust broeien omdat de bosbewoners stilaan beseffen dat Juniper zijn talloze beloften nooit kan waarmaken. En tegelijkertijd gaat Lenoors hardvochtigheid en verwaandheid van kwaad naar erger. Zo laat ze zich in het bos voorttrekken door zestien woelratten op een slee, die de bevers als cadeau bouwden. Een akelig detail is de zweep die bouwmeester Tony als extraatje voorzag. Maar de grimmigheid bereikt een absoluut hoogtepunt wanneer Lenoor een wet van ballingschap uitvaardigt. Dieren die tegen het koningspaar zijn, mogen niet langer in het Doolwoud wonen. En wie niet voor hen is, is meteen ook tegen hen.
Lloyd werkt de karakters van Juniper en Lenoor prachtig genuanceerd uit. Juniper doet werkelijk alles voor Lenoor. Zelfs de bosbewoners barse bevelen geven, enkel omdat zij dat van hem eist. Maar je voelt als lezer haarfijn aan hoezeer dat tegen zijn zachte natuur indruist en zijn geweten hem parten speelt. “Ik bedoel,” zegt hij gauw, “wij hebben een bevel…geloof ik… omdat ik nu koning ben, begrijp je?” Telkens wanneerLenoor haar rug draait, is Juniper weer zijn zachtaardige zelf. Wanneer Mono hem bijvoorbeeld aanspreekt met ‘koning’ antwoordt hij: “Als ze er niet bij is kun je gewoon Juniper zeggen, hoor.” Wie de boekenreeks kent, mist ongetwijfeld Junipers heerlijk gevatte antwoorden uit eerdere delen. Dat doet je des te meer beseffen hoe intens de verliefdheid op Lenoor hem verwart. Je kan alleen maar medelijden met hem hebben.
Lenoor is enerzijds erg gesteld op etiquette. Zo praat ze heel deftig en spreekt haar hofhouding aan met ‘Bouwmeester bever’, ‘Heer nar’ of ‘Legerleider wolf’. Ook staat ze erop dat er voor het koningspaar gebogen wordt. Anderzijds kan ze best grof zijn wanneer de dingen niet gaan zoals zij het wil. “Buigen,hengst,” zegt Lenoor. “Met je vrouwonvriendelijke praatjes! Wat dénk je wel! Je hebt het hier tegen de koningin… euh heersers… van het Doolwoud, ja?!” Op het eerste zicht lijkt ze een hooghartig schepsel dat enkel uit is op macht en uiterlijke schijn. Zo’n personage dat alleen maar irritatie kan opwekken. Maar tussen het verhaal verweeft Lloyd subtiel flarden van Lenoors geschiedenis, waaruit blijkt dat ze vooral aan de verwachtingen van haar moeder, een erg kille koningin uit een ver koninkrijk, probeert te voldoen .Dat werpt toch een ander licht op haar karakter.
De veldslag tussen de bosbewoners enerzijds en het koningspaar en hun handlangers anderzijds moet het schrikbewind van Lenoor omver werpen. Maar die wordt op het nippertje verijdeld. Lloyd maakt hier gebruik van een ongeloofwaardige deus ex machina die je als lezer toch even doet fronsen. Over het slagveld loopt immers plots een wolharige neushoorn die, na een slaap van duizenden jaren, in een smeltende gletsjer verderop ontwaakt is. Lenoor valt als een blok voor de kolos. Ze laat het koningschap meteen voor wat het is en besluit met hem terug te keren naar haar geboortestreek. En dan sluit Lloyd de cirkel op een wondermooie manier. Lenoor slaat Juniper met een varenblad in zijn gezicht. Haar heftige verliefdheid op de neushoorn lijkt haar verrassend mild te stemmen want hiermee verbreekt ze de vloek waarmee ze hem, al sinds de klap van het wilde rabarberblad, in haar greep had. Juniper is nu niet meer behekst door Lenoors schoonheid en krijgt opnieuw de vrijheid om volledig zichzelf te zijn. De helende kracht van echte liefde kan ons bevrijden van de meest verstikkende verwachtingen van anderen, een hoopvol toekomstperspectief.
(Een geredigeerde versie van mijn artikel verscheen in 2024 op Mappalibri.be)
