Mona Lisa en de anderen
Alice Harman, Quentin Blake
10+.-.Alice Harman wil kinderen vooral stimuleren om alle wonderlijke dingen in onze wereld te ontdekken en schreef al meer dan veertig non-fictieboeken. Vooral Modern Art Explorer (2020), waarvoor ze samenwerkte met het Centre Pompidou, kon rekenen op lovende kritieken. Dertig kunstwerken uit dit museum passeren op een originele wijze de revue.
In Mona Lisa en de anderen neemt Harman de lezer mee op ontdekking doorheen het Louvre. Ze maakt een selectie van in totaal tweeëndertig kunstwerken over een ruime tijdsperiode, van zowel vóór als na de geboorte van Christus. Hierbij komen schilderijen en beeldhouwwerken aan bod. Ook de gebouwen van het Louvre, een indrukwekkend kunstwerk op zichzelf, krijgen hier een plaats.
De bijzondere schrijfstijl van Harman wordt meteen duidelijk wanneer de wereldberoemde Mona Lisa de lezer ter verwelkoming aanspreekt: ‘…maar soms heb ik het gevoel dat ik alle aandacht trek-en dat is helemaal niet mijn bedoeling!’ ‘… en ik weet dat aardig wat van mijn buren hier in het Louvre, of het Museé du Louvre, zoals het in het Frans heet, zich eraan ergeren.’ Mona Lisa lijkt met dit boek de scheefgetrokken situatie te willen rechtzetten. Ze wil een aantal kunstwerken de kans bieden op hun beurt in de schijnwerpers te staan en hun eigen verhaal aan de lezer te vertellen, maar natuurlijk niet voordat ze uitgebreid dat van haarzelf verteld heeft.
Links zien we telkens een kleurenfoto van het werk. Daarbij hoort een witte kader met daarin de naam van de kunstenaar, indien gekend, en de periode waarin hij leefde. Vervolgens lezen we de naam van het werk, het jaar of de periode waarin het gemaakt werd en de gebruikte materialen. Tenslotte staan er in de kader nog enkele biografische weetjes over de kunstenaar of interessante weetjes over de periode waaruit het werk komt. Aan de rechterkant lezen we de verhalen, zoals de kunstwerken ze ons vertellen. Door van de kunstwerken levende personages te maken die zich rechtstreeks tot de lezer richten, slaagt Harman er op een bijzondere manier in de focus op het werk zelf te richten en mag de (vaak beroemde) kunstenaar even naar de achtergrond verschuiven.
Harman verstaat de kunst om verhalen te schrijven die uitnodigen tot steeds verder lezen. Interessante feiten en spitse humor weeft ze er vlotjes tussendoor. Het is bijvoorbeeld grappig om te lezen hoe het bruidspaar uit De bruiloft te Cana (Paolo Caliari) opgewonden met elkaar babbelt over de voorname plaats die hun schilderij inneemt. ‘Je vindt de andere schilderijen er misschien best klein uitzien, maar dat komt doordat wij zo GROOT zijn, lieverd! Ons schilderij is hoger dan een gemiddeld huis van twee woonlagen. WIJ zijn het grootste schilderij van het Louvre!’ Pijnlijk herkenbaar is de jaloezie die soms komt bovendrijven. De vrouw uit Portret van een dame (Leonardo Da Vinci) reageert zuur op Mona Lisa’s succes, begrijpelijk ook als je dezelfde schepper hebt. ‘Oké, kan iemand mij vertellen WAT er nou zo bijzonder is aan Mona Lisa?’ ‘….krijgt ze niet vooral die aandacht omdat ze al zo beroemd is?’ Opvallend is ook dat de schrijfster precies de juiste toon weet te vinden, die aansluit bij de leefwereld van de kinderen. Zo vinden we regelmatig woorden terug als ‘spoileralert’, ‘yep’ en ‘cool’. De vragen die de kunstwerken tussendoor aan hun publiek stellen werken inspirerend. De armloze Venus van Milo vraagt bijvoorbeeld: ‘Wat denk jij dat mijn armen deden?’ Een motiverende uitnodiging om dit kunstwerk nog nauwkeuriger te bekijken en over de betekenis ervan na te denken. Sommige verhalen bevatten ook prachtige snippers filosofie, haast poëzie, over de diepere betekenis van het leven. Een mooi voorbeeld hiervan is Zomer (Giuseppe Arcimboldo). Dit schilderij van een gezicht, gemaakt uit diverse zomerse groenten en fruit, voelt haarfijn aan hoe het in elkaar zit. ‘Mensen groeien en bloeien en verouderen en keren uiteindelijk weer terug naar de aarde, net als alle andere levende wezens.’ Harman schrikt er bovendien niet voor terug om ook wat meer schoolse uitleg in haar verhalen op te nemen. De uitleg van een aantal schildertechnieken, bijvoorbeeld sfumato, en de clair-obscur techniek, valt heel vanzelfsprekend op zijn plaats, evenals de toelichting van kunststijlen zoals barok en rococo.

De typerende fijne zwarte lijntekeningen van Quentin Blake tussen de verhalen laten de humor erin extra sprankelen. Boven het verhaal van De Vrijheid leidt het volk (Eugène Delacroix) zien we een meisje en een kleine jongen trots rondstappen, terwijl het meisje een bord met daarop ‘nooit meer huiswerk’ in de lucht steekt. De zelfvoldane glimach op hun gezichten zal elke ouder vertederd doen glimlachen.
In de tekst wordt de lezer soms gevraagd extra aandacht te besteden aan minuscule details die niet altijd even duidelijk zichtbaar zijn. Zo vraagt het in De baadster van Valpinçon (Jean-Auguste-Dominique Ingres) wel wat inspanning om in de kleine beige cirkel vlak boven de vloer een gouden leeuwenkop te zien die dienst doet als kraantje. En de tijdslijn aan het einde van het boek is te zeer overladen met historische periodes, kunststromingen en kunststijlen door elkaar om nog een overzichtelijke samenvatting te kunnen bieden. In dat opzicht was het waarschijnlijk ook beter geweest de kunstwerken in het boek in chronologische volgorde te rangschikken, zodat het veranderende ideeëngoed over het scheppen van kunst mooier tot zijn recht kwam. Nu staan de werken kriskras in de tijd door elkaar.
Maar ondanks deze minpuntjes is dit boek een wonderlijke, sterke mix van duidelijke , toegankelijke informatie en intrigerende verhalen vol fijnzinnige humor, die de nieuwsgierigheid naar kunst ongetwijfeld zal prikkelen.
(Een geredigeerde versie van mijn artikel verscheen op Mappalibri.be)
