Vliegen als een bij

Vliegen als een bij

Roland Schimmelpfennig, Stefan Yamá Cab

10+.-.De Duitse toneelschrijver Roland Schimmelpfennig schreef eerder al enkele boeken voor volwassenen. In Vliegen als een bij, zijn eerste kinderboek, laat hij de lezer gedurende één dag binnenkijken in het leven van een jongen die ernstig door zijn ouders verwaarloosd wordt. De jongen beleeft zijn dag als een bevreemdende game, waarin fantasie en werkelijkheid door elkaar vloeien. Elk obstakel waar hij voor staat, is een level dat gehaald dient te worden. Hoofdstukken worden in dit boek dan ook benoemd als levels.

Een eerste grote uitdaging waar deze jongen voor staat wanneer hij ontwaakt, is accepteren dat er weer een nieuwe, waarschijnlijk moeilijke dag voor hem ligt. En daar verdient hij al meteen een wonderlijke bonus mee. Hij verandert immers in een bij, vliegt naar buiten en ontdekt een fascinerende rode bloem. In level twee moet hij heelhuids het huis uitgeraken en zijn opvliegende ouders trotseren. Hij haalt het, maar als ontbijt vindt hij enkel een appel om mee grissen en bovendien vergeet hij zijn boekentas. Dat zorgt voor spanning in het derde level, waar hij aan de huiswerkcontrole van de juf moet ontsnappen. Maar ook hier kan hij op een transformatiebonus rekenen en vliegt als bij het klaslokaal uit. De volgende twee levels geven een griezelig tintje aan de game. Eerst moet de jongen weerstand bieden aan de Zeeman, die in de buurt als kinderlokker beschouwd wordt en daarna neemt hij het op tegen een jongensbende die zijn telefoon wil stelen. Het allermoeilijkste level is ongetwijfeld het zesde. De dag loopt hier op zijn einde en de jongen moet opnieuw naar huis, zijn ouders onder ogen komen. Natuurlijk is in dit level een bonus te verdienen. Hij mag als bij even gaan schuilen in zijn geliefde rode bloem. In level zeven zal blijken dat thuis zelfstandig een blik ravioli klaarmaken een hele uitdaging kan zijn.

Opvallend is dat dit boek geschreven is vanuit het jij-perspectief, waardoor de lezer extra getriggerd wordt om zich in te leven in de ervaringen van de jongen. Vooral zijn belevenissen als bij zijn erg gedetailleerd, haast poëtisch, verwoord. Prachtig is de beschrijving van zijn eerste vliegervaring, op weg naar de rode bloem. ‘Je vliegt recht omlaag, precies op de rode stip af. Als in een duikvlucht suis je naar beneden. Je voelt de wind in je nietige bijenhaartjes. Je voelt je geweldig, maar dan schiet het je te binnen dat je nog niet weet hoe je moet remmen.’

Schimmelpfennig weeft de ernst van de verwaarlozing subtiel in korte zinnen doorheen de tekst. Zo flitsen er een aantal losse gedachten door de jongen heen, terwijl hij zijn uiterste best doet om toch nog op tijd op school te komen. ‘…je vader en moeder komen ‘s ochtends hun bed niet uit. Ze kunnen er niet uitkomen. Het lukt ze gewoon niet.’ ‘… maar je moeder doet al weken geen was meer.’ ‘Je vader heeft al vier jaar geen werk meer en je moeder meestal ook niet.’ Ook wanneer de jongen ’s avonds thuis komt, schemert de moeilijke gezinssituatie doorheen zijn ervaringen. ‘Je vaders bierflesjes liggen nog steeds op de grond.’ ‘Je hebt honger als een paard. Je doet de koelkast open-en de koelkast is leeg.’ Uiteraard is dit voor de aandachtige lezer voldoende om onmiddellijk te begrijpen wat hier aan de hand is. Maar het is duidelijk dat de auteur toch vooral de veerkracht van deze jongen op de voorgrond wil zetten. De typische fijne, zwarte lijntekeningen van Stefan Yamá Cab vullen de tekst in dit opzicht perfect aan omdat ze, net door hun sobere stijl, de kwetsbaarheid van dit kind en het grauwe verdriet dat het met zich meedraagt op een delicate manier zichtbaar maken.

Dit verhaal geeft een verhelderende inkijk in de ontwikkeling van copingsmechanismen bij kinderen in een traumatische situatie. De game met zijn levels is een originele vondst. Maar nog mooier is de transformatie tot bij, als allerlaatste redmiddel bij te hoog oplopende spanning. Die stelt de jongen immers in staat om in zijn hoofd echt weg te vliegen van zijn problemen. Zo vertederend is het om te lezen hoe de bij ’s morgens en ’s avonds even gaat schuilen, emotioneel bijtanken, in die sprookjesachtige rode bloem. Op deze manier creëert dit kind voor zichzelf een veilige cocon die voldoende tegengewicht kan bieden aan een onveilige thuissituatie.

Het meest ontroerend is toch het einde van het verhaal, waar de Bijenkoningin, ze lijkt een beetje op een fee, op het bed van de jongen zit. Ze luistert naar zijn zorgen en knuffelt hem. Meermaals herhaalt ze hoe ‘bijzonder’ hij is en ze verzekert hem ervan dat hij altijd de mogelijkheid zal hebben om een bij te worden. Opnieuw zien we hier het kind in al zijn facetten, zo kwetsbaar en zo krachtig tegelijkertijd. Het is in staat om voor zichzelf te creëren wat het in de realiteit zo intens mist: een liefhebbende moeder die het door alle volgende dagen zal loodsen en het zal beschermen, zo vaak als nodig. Deze jongen sluit je voor altijd in je hart.

(Een geredigeerde versie van mijn artikel verscheen op Mappalibri.be)

Roland Schimmelpfennig, Stefan Yamá Cab: Vliegen als een bij, Ploegsma, Amsterdam 2023, 80 p. : ill. ISBN 9789021684949. Vertaling van Die Biene im Kopf door Esther Ottens. Distributie Standaard Uitgeverij

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn venster op de wereld

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder