De flat aan het einde van de wereld

De flat aan het einde van de wereld

Arndís Pórarinsdóttir, Hulda Sigrún Bjarnadóttir en Linde Faas

10+.-.Na de zomervakantie, de school is net begonnen, nemen de schuwe Björk, haar oudere puberbroer Ingó, mama, papa en hun hondje Kappi nog wat extra vakantie. Met de veerboot varen ze naar een afgelegen eiland om de mama van papa na een ongelukkige val te gaan helpen. Papa vertrok er tweeëntwintig jaar geleden en is nadien nooit meer teruggekeerd. Björk kijkt er erg naar uit om haar oma voor de eerste keer in levende lijve te ontmoeten.

De eerste confrontatie met het eiland is een hele schok. Alle honderdzevenennegentig eilandbewoners leven er samen in één flatgebouw van twaalf verdiepingen. Het volledige dorpsleven speelt zich binnen de Flat af. Zo zijn bijvoorbeeld ook de school, het politiebureau, de tandarts en de dierenarts in de Flat ondergebracht. Oma is Huisbewaarster, vergelijkbaar met een burgemeester. Ze is een norse, stugge vrouw die absoluut niet van plan is het gezin van haar zoon zomaar onderdak te verschaffen. De Flat is immers enkel bestemd voor wie zich nuttig maakt in de gemeenschap. Ook de andere eilandbewoners lijken niet erg opgezet met de nieuwkomers en hun moderne leefgewoonten van het vasteland. Met energie wordt bijzonder zuinig omgesprongen. Zo eet iedereen in de Kantine, zodat niet elke woning een koelkast en een fornuis moet hebben. Elke bewoner wekt bovendien zelf de elektriciteit op die hij verbruikt door dagelijks te fietsen op speciale hometrainers. Bereik met de GSM is er op het eiland amper. Isolement en wederzijdse controle zijn sleutelwoorden in deze gemeenschap.

Helemaal wanhopig wordt Björk wanneer ze ontdekt dat de volgende veerboot pas in mei zal terugkeren vanwege de steeds zwaardere, onvoorspelbare winters die het eiland teisteren, een complicatie die duidelijk laat voelen hoezeer de auteurs begaan zijn met de nefaste gevolgen van de klimaatopwarming. Daar komt nog bij dat Björks ouders dit op voorhand wisten. Ze beschouwden de lange periode op het eiland als een nieuwe start nadat ze allebei ontslagen waren op hun werk.

Nadat het gezin een paar nachten in de woning van oma op versleten gymmatten heeft doorgebracht, kent de Flatvergadering de drie oudsten een taak toe. Daardoor krijgen ze als gezin ook een verblijfsvergunning. Papa wordt Parasietenmanager, terwijl mama de taak van Assistent in de Stal, mestruimer, toegewezen krijgt. Over Ingó wordt beslist dat hij helpt in de keuken. Hun woning bestaat uit één kamer in de kelder, zonder toilet. Ze moeten overduidelijk onderaan de maatschappelijke ladder starten. Met fijnzinnige humor komt de vluchtelingenproblematiek voor de ogen van de lezer tot leven.

Het is mooi om de hoofdpersonages te zien evolueren doorheen verhaal. Al heel snel ervaart mama dat ze is ‘thuisgekomen’. Het eenvoudige, sobere leven op het eiland heeft haar bevrijd van alle stress die ze ondervond tijdens haar jachtige leven op het vasteland. Björk maakt vlotter contact met leeftijdsgenoten en presteert beter op school en Ingó groeit uit van een nukkige puber tot een behulpzame jongen. Maar diep vanbinnen blijft hij een eigenzinnige puber: hij bouwt een schuilhut op de landtong, de enige plaats waar een beetje gsm-bereik is. Daar werkt hij verder aan Ingóland, zijn persoonlijk YouTube-kanaal. Ook oma wordt langzaamaan milder en kan meer begrip opbrengen voor het gezin van haar zoon. Zo vertederend is het moment waarop oma zichzelf voor het eerst kan toestaan om haar kleindochter te verwennen met een kop zelfgemaakte chocolademelk, een moment waar Björk al zolang naar hunkert. In dit positieve klimaat valt des te meer op dat papa ter plaatse trappelt en zich ongelukkig blijft voelen.

Ondertussen ontrolt zich een soort detectiveverhaal. Er gebeuren allerlei mysterieuze dingen, die een steeds grimmiger karakter krijgen. Zo verdwijnen de tweehonderdvijftig lepels uit de kantine, worden de stroomkabels van de lift gesaboteerd en explodeert het Waterbedrijf. Björk wordt als eerste met de vinger gewezen, het onvermijdelijke lot van een nieuwkomer. Maar ze ontdekt dat Valur, een puber van het eiland, de dader is. Hij rebelleert hiermee tegen het verstikkende isolement op het eiland en droomt ervan om op het vasteland zijn wereld te verruimen. Ontroerend detail is dat papa de dader al lang kende, maar de jongen een hand boven het hoofd hield omdat hij zijn eigen pijn en frustratie van tweeëntwintig jaar geleden zo goed herkende.

Dit bijzonder verhaal, dat in 2020 de Icelandic Literary Award won, zet op een originele manier aan het denken over grote, maatschappelijke thema’s zoals de moeilijke positie van vluchtelingen, de druk die een gemeenschap op een individu kan leggen en de grote zorg die onze aarde nodig heeft. Na de ontmaskering van Valur komt de lezer echter in een ontregelende stroomversnelling van gebeurtenissen terecht. Papa en oma slagen erin om hun geschil van jaren geleden uit te praten, wat er toe bijdraagt dat hij met zijn gezin op het eiland blijft. Valur krijgt toestemming om naar school te gaan op het vasteland. De langverwachte eerste veerboot in mei overspoelt het eiland met toeristen, gelokt door de filmpjes op Ingóland en de eilandbewoners lijken hier helemaal klaar voor te zijn. Oma is stiekem getrouwd met de Tandarts en wil met hem op wereldreis. De geïsoleerde houding die het eiland typeert slaat veel te plots om in extreme openheid, wat kunstmatig aanvoelt. Hierdoor verliest het verhaal aan kracht.

(Een geredigeerde versie van mijn recensie verscheen op Mappalibri.be)

Arndís Pórarinsdóttir, Hulda Sigrún Bjarnadóttir en Linde Faas: De flat aan het einde van de wereld, Volt, Amsterdam 2022, 320 p. : ill. ISBN 9789021468259. Vertaling van Blokkin á heimsenda door Willemien Werkman. Distributie L&M books.

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn venster op de wereld

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder