Een herfstdag voor Beer
Bonny Becker, Kady MacDonald Denton (ill.)
4+ – Ruim acht jaar na Kerstfeest met Beer verschijnt Een herfstdag voor Beer, het zevende deel in een prentenboekserie waarin een knorrepot van een beer en een immer vrolijke muis elkaars beste vrienden zijn. Het is toch altijd een bijzondere uitdaging, zo’n reeks, want de schrijver staat telkens weer voor de opdracht om de originaliteit van dat allereerste boek te evenaren.
We treffen een uitzonderlijk goedgemutste Beer aan in zijn keuken, met een mand vol lekkers op zijn schoot. Vol ongeduld wacht hij op Muis om samen te gaan picknicken. Wanneer Muis niet komt opdagen, wordt hij ongerust en loopt hem tegemoet. Beer treft zijn vriendje teneergeslagen aan op een boomstronk. Het is de herfst die Muis zo triest maakt, omdat alle dingen lijken weg te gaan. “De blaadjes vallen. De vogels trekken weg. Nergens meer een bloem te zien.” Meteen schiet Beer in actie om Muis op te vrolijken. Hij stalt de inhoud van zijn picknickmand uit op de boomstronk en breekt zelfs zijn augurk in twee. Als dat niet helpt, begint Beer rond te dartelen als een herfst-elfje, waarbij hij twee boomtakken met nog enkele bladeren eraan als vleugels gebruikt. Maar ook dat heeft geen effect. Wanneer het begint te regenen, gaat Beer moedeloos zitten. De donkere stemming van Muis lijkt nu ook hem in zijn greep te krijgen en hij wil naar huis om somber bij de open haard te zitten. Bij het opstaan glijdt Beer echter uit en valt met zijn achterwerk in een gigantische modderplas. Muis begint onbedaarlijk te lachen. Ondanks Beers typische, verontwaardigde gemopper over “dat lompe gelach”, is alle somberheid als bij toverslag verdwenen. Uitgelaten ploeteren de twee vrienden door de modder naar Beers huis toe. Eenmaal thuis installeren ze zich, na een zalig bad, met een berg lekkers prinsheerlijk voor de haard.
De vertrouwde illustraties van Kady MacDonald Denton blijven heerlijk om naar te kijken. Ze wekt de emoties van Beer en Muis opnieuw meesterlijk tot leven. Zo zien we Beer op zijn achterwerk in de modderplas zitten, zijn voorpoten demonstratief in zijn zij. Met gefronste wenkbrauwen staart hij woest naar beneden, naar Muis. Die staat met dichtgeknepen oogjes te giechelen. Hij houdt zijn beide voorpootjes voor zijn mond, maar zijn brede glimlach laat zich niet verstoppen. Leuk detail is dat zijn snorhaartjes omhoog krullen van plezier. MacDonald Denton blijft ook oog hebben voor kleine details die de illustratie nét dat tikkeltje meer doen sprankelen. De prent van het tweetal in bad toont Beer in een lichtblauwe, antieke badkuip op pootjes. Zijn ogen zijn gesloten en hij heeft de meest gelukzalige glimlach op zijn snoet. Op de rand van het bad, op een handdoek, staat een soepbord in exact dezelfde kleur blauw als het bad. Hierin zit muis met dichtgeknepen oogjes geconcentreerd zijn oksels te wassen. Het zachtgroene tapijt dat onder de badkuip ligt, is bedolven onder de modder, maar dat lijkt op dit moment het minste van hun zorgen te zijn.
Nog steeds weet Bonny Becker te verrassen. Al van bij de start, waar de schrijfster Beers liefde voor de herfst benadrukt, zien we een zachte, positieve ziel die zich kan openstellen voor al het moois om zich heen. Bovendien kijkt Beer echt uit naar de picknick met Muis. De enorme berg rommel op de keukentafel toont fijntjes met welke enorme toewijding hij de picknickmand heeft klaargemaakt. En zijn ongerustheid over Muis toont hoeveel hij om hem geeft. Al even verbazingwekkend is de neerslachtigheid van Muis. Het lijkt wel of de twee elkaars rol hebben overgenomen. En dan gebeurt er iets heel mooi. Beer kan zich zo goed in de somberheid van Muis verplaatsen, dat hij er zelf somber van wordt. Hij gaat als het ware naast zijn vriendje in diens mentale put zitten. En net dat eindeloos begrip lijkt Muis de kracht te geven om weer uit zijn put te kruipen. Oprecht begrip tonen voor iemands zorgen helpt vaak beter dan de situatie koste wat kost proberen op te lossen, een belangrijke les die aan het denken zet. Puur plezier spat van het verhaal wanneer Beer onderweg naar huis ‘verrukkelijk vies’ wordt en Muis ‘zelfs nog verrukkelijker vies’. Eenmaal thuis blijft de verhaallijn steken in een vrij vlakke opsomming van wat ze samen doen. De intense tevredenheid van het tweetal, gewoon omdat ze knus bij elkaar zijn, schemert hierin vertederend door. Maar een speelse inhoudelijke knipoog op het einde, zo typisch voor Bonny Becker, blijft jammer genoeg uit.

Bonny Becker & Kady MacDonald Denton: Een herfstdag voor Beer, Hoogland & Van Klaveren, Hoorn 2025, 48 p. : ill. ISBN 9789089674746. Vertaling van A Fall Day for Bear door Berd Ruttenberg
trefwoorden: herfst, vriendschap, depressie, neerslachtigheid
